OUDE VEERDIENSTEN NAAR COMMEWIJNE.

Wie rond 1900 vanuit Paramaribo de rivier over wilde steken naar het huidige Commewijne gebied kon niet gebruik maken van een geregelde veerdienst.

Begin 1900 was de toestand van het  binnenlands vervoer als het volgt (Bron: Surinaams adresboek 1911):

“Het reizen in de kolonie geschiedt bij gebrek aan wegen, meest te water. Naar Coronie, Nickerie en Albina varen Gouvernements zeestomers, die de reiziger in 10, 14, en 11 uren van Paramaribo daarheen brengen. Voorts vaart er dagelijks, teneinde de gemeenschap met de plantages te onderhouden, een rivierboot vanuit de hoofdstad, de Commewijnerivier op, tot even voorbij de voormalige militaire post Sommelsdijk; zij keert denzelfden dag des middags terug. Aan deze vaart is aangesloten eene verbinding met de plantages boven Sommelsdijk gelegen in de Boven-Commewijne en de Cottica.

Driemaal ‘s weeks vaart er een gouvernementsboot van de hoofdplaats, de Boven-Surinamerivier en tweemaal ,’s weeks de Saramaccarivier op. Bovendien laten enkele particulieren stoombarkassen en motorboten, de Commewijne en de Cottica bevaren.”

In 1913 kwam hierin verandering. Op 30 augustus van dat jaar startte een zekere heer Brokmeijer een veerdienst tussen Leonsberg en de plantage Voorburg in Commewijne. Blijkens een advertentie uit die tijd was de motorboot geschikt voor vervoer van personen, rijwielen, automobielen, ezelkarren en diverse soorten vee.

Onbezorgd verliepen de eerste jaren niet. Geregeld was er pech en moest de dienst met kleinere boten worden waargenomen, zodat geen automobielen of rijtuigen overgezet konden worden.

Een merkwaardig en droevig voorval op de boot vond plaats in december 1924.

Een krant bericht hierover:

“ LEVENSMOEDE. Zaterdag nam een oude Javaan een kaartje voor de veerdienst Voorburg-Leonsberg. Toen de boot midden in de rivier was, sprong hij overboord. Hij werd meegesleurd door den val, doch bleef aan de oppervlakte. De boot zette onmiddellijk koers naar den drenkeling, doch toen men in zijn nabijheid kwam, dook hij weg. Hoewel men ongeveer tien minuten in den omtrek bleef kruisen, kwam hij niet meer boven. Zijn lijk is tot heden niet opgevischt. Voor hij overboord sprong had de Javaan het kwartje voor den veerdienst (men betaalt eerst aan de overzijde) met het kaartje op de bank gelegd. De oorzaak van zijn handelswijze is niet bekend.”

Inmiddels was er in 1920 een tweede verbinding tot stand gebracht: Een veerdienst tussen Paramaribo en Meerzorg. Volgens de krant De Surinamer voorzag deze dienst duidelijk in een behoefte. Wel werd gesignaleerd dat aan de overkant het wegennet nog zeer miniem was. Zo bestond de weg van Meerzorg naar Peperpot slechts uit een enkel voetpaadje.

In 1928 besloot het Gouvernement de veerdienst Paramaribo-Meerzorg over te nemen. Er werden de nodige werkzaamheden verricht m.b.t. aanlegsteigers en botenbouw. Uiteindelijk werd begin juni 1932 de nieuwe dienst officieel geopend en werd veerboot De Maratakka officieel ingewijd.

Het Koloniaal nieuws- en advertentieblad van Suriname meldt: “De inzet van de nieuwe dienst is niet kwaad te noemen. Dinsdag en Woensdag werden er ongeveer 350 passagiers, 14 auto’s, 51 rijwielen en 4 stuks vee vervoerd.”

Beide veerdiensten hadden geregeld met storingen te maken, waardoor het vervoer van rijtuigen en auto’s vaak niet mogelijk was. Ook gingen de diensten enkele malen in andere handen over.

Veel nieuws over de veerdiensten was er in de jaren daarna niet te vinden.

Intussen was het wegennet in Commewijne, op bescheiden schaal, verder uitgebouwd, zodat meer plaatsen door een weg met elkaar verbonden raakten.

In 1952 werd de dienst Leonsberg-Voorburg opgeheven. Wie op die plek nog over wilde moest gebruik maken van particuliere bootjes.

Bij het gereedkomen van de Wijdenboschbrug in 2000 verviel ook de dienst Paramaribo-Meerzorg. De laatste veerboot, dr. Maratakka 2, kreeg een tweede leven als partyboot.

Recent zijn er van regeringswege weer stemmen opgegaan opnieuw een veerdienst op deze plaats te starten. Redenen hiervoor zijn de gevaarlijke situaties die geregeld ontstaan door filevorming en zwaarbeladen vrachtwagens op de brug.

Jacob van der Burg.