HET EERSTE SURINAAMSE SCHOOLBOEK OVER DE GESCHIEDENIS VAN DE KOLONIE SURINAME.

In 1863 verscheen bij een Amsterdamse uitgever het boek “Beknopte geschiedenis der kolonie Suriname, voor de meer gevorderde jeugd”. De schrijfster was Maria Vlier, onderwijzeres in Paramaribo. In haar voorwoord verantwoordt zij haar keuze door te stellen dat het haar “meermalen leed heeft gedaan, kinderen van 14 en meerdere jaren de geschiedenissen van vreemde volken te hooren verhalen, terwijl zij die van hun eigen land volstrekt onbedreven zijn, omdat de geschiedenis van Suriname, uit gebrek aan een daartoe strekkend schoolboek, niet onderwezen wordt.”

Maria Vlier ( geb. Paramaribo 19-3-1828 – gest. Paramaribo 8-6-1908 ) was de dochter van Nicolaas Vlier, jurist, politiecommissaris en plantage-eigenaar, en Anna Heuland. Moeder Anna was als slavin geboren en pas in 1816 vrijgemaakt. Ook Maria’s overgrootmoeder van vaderszijde was als slavin geboren. Het gezin behoorde tot de gekleurde elite van Paramaribo.

In 1844 kwam Maria met haar vader naar Nederland om een opleiding te volgen. Vier jaar later legde ze in Paramaribo het vereiste examen voor onderwijzeres af – ze was inmiddels twintig jaar. Daarna opende ze een meisjesschool en ging wonen aan de Gravenstraat in het centrum van Paramaribo.

Maria Vlier was het er vooral om te doen de schoolkinderen van Suriname te informeren over de geschiedenis van hun eigen land. Ze schreef niet negatief over de koloniale overheid. Als inwoner van Suriname moest ze daar ook voorzichtig mee zijn. Niettemin durfde Maria de slavenhandel misdadig te noemen en beschreef ze slaven als ‘arme mensen’ – ‘arm’ in de betekenis van ‘onfortuinlijk’.

Maria Vlier schreef dus het eerste Surinaamse lesboek over de geschiedenis van het land. Zowel bij haar dood in 1908 als bij haar honderdste geboortedag besteedden de Surinaamse kranten aandacht aan Maria Vlier. Haar verdiensten werden uitgebreid geroemd. Toch onderging Maria Vlier hetzelfde lot dat vele

leden van de gekleurde elite van Paramaribo overkwam: na verloop van tijd werd ze niet meer als zodanig herkend en ging men er klakkeloos vanuit dat ze van Nederlandse komaf was. Het ‘Koloniaal Nieuws- en Advertentieblad Suriname’ schreef in 1928 dat haar ouders uit Europa afkomstig waren. Zelfs Anton de Kom schijnt niet meer geweten te hebben wie er achter de naam Vlier schuilging, gezien de manier waarop hij haar naam in zijn boek ‘Wij slaven van Suriname’ uit 1934,weergeeft als Mej. M.L.E. v.d. Vlier.

(Bron: Steven Hagers, Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland.)

Jacob van der Burg.