DE SPIN ANANSI EN OTTO STERMAN.

Toen ik onlangs las over “Het grote Anansiboek” van oud-president Johan Ferrier, kwamen bij mij de herinneringen boven aan die spin en meteen ook daarbij nog een naam: Otto Sterman. Want niet alleen in Suriname groeiden vele kinderen op met de verhalen van die slimme spin, ook in Nederland was het beestje geen onbekende, Dit dankte het voornamelijk aan de verhalen, zoals die in de vijftiger jaren op radio en televisie verteld werden door Otto Sterman. In gedachten hoor ik nog zijn donkere warme stem en speciale taalgebruik.

Veel bijzonderheden kon ik me verder niet herinneren, maar internet bood uitkomst, zowel wat betreft Anansi als Otto Sterman.

De oorspronkelijke Anansiverhalen komen uit Ghana in West-Afrika. Met de slaventransporten, van de zestiende tot ver in de negentiende eeuw, gingen de Anansiverhalen mee naar de Nieuwe Wereld. Daar waren uitingen van de eigen cultuur van de Afrikanen verboden, maar de Anansiverhalen konden overal stiekem verteld worden. Op deze wijze gaven de verhalen troost en waren tegelijk een vorm van verborgen protest. Ook kreeg de zwakke maar slimme spin een tegenstander, namelijk de sterke maar domme tijger. Het is niet moeilijk om in de rol van de spin de slaven terug te vinden en in het karakter van de tijger de onderdrukkers. In de loop van de tijd veranderden de verhalen en gingen de scherpe kantjes er wat af. Hoewel oorspronkelijk niet bedoeld voor kinderen, bleken ze voor hen toch erg leerzaam. Net als de meeste dierenfabels bevatten ze een vorm van lering en vermaak.

Hoewel ik me Otto Sterman alleen nog herinner als verteller (Oom Otto) op de televisie, doe je hem zeer tekort als dat het enige is. Zijn rol is veelzijdiger en belangrijker dan alleen die van verhalenverteller voor kinderen.

Otto Sterman werd op 7 mei 1913 in Amsterdam geboren als zoon van een Hollandse moeder en een Antilliaanse vader. Hij was de eerste gekleurde ster in het Nederlandse toneel. Vanaf 1935 tot 1947 combineerde hij zijn werk als gymnastiekleraar en masseur met toneelspelen. Als acteur werd hij lange tijd voornamelijk gekozen om zijn huidskleur; hij speelde de donkere chauffeur, de aanvoerder van de negers, de Arabische koopman, etc. De oorlog en zijn ervaringen met de zwarte bevrijders maakten Otto ervan bewust dat zijn toneelrollen discriminerend waren. Aan zijn groeiende bewustzijn van discriminatie gaf hij gehoor door als voordrachtskunstenaar tegen kolonialisme en racisme in Nederland te strijden.

Vanaf 1952 trok hij het land in met soloprogramma’s waarin zijn afkomst en donkere huidskleur een belangrijke plek innamen. Hij gaf zijn programma, titels als: Ik ben een neger, De neger speelt en Alleen voor blanken. Bij de jonge televisiekijkers werd hij bekend als de verhalenverteller oom Otto. Naast zijn radio- en televisiewerk speelde Sterman mee in diverse films zoals “Wan Pipel” van Pim de la Parra en “De Johnsons” van Rudolf van den Berg. Otto Sterman werd 84 jaar.

Jacob van der Burg