HOE DE AMSTERDAMSE GEVELSTEEN “ ‘T SERNAEMSE KOFFIVAT” AAN BEZOEKERS VAN EEN FRIES MUSEUM EEN STUKJE SURINAAMSE GESCHIEDENIS LEERT.

Het museum  van Joure in Friesland herbergt sinds 1980 in haar Douwe Egberts hoekje een bijzondere gevelsteen, ‘t Sernaemse Koffivat. Rond 1725 is deze steen ingemetseld in het pand Sint Nicolaasstraat 58 in Amsterdam. In 1960 werden pand en gevelsteen gerestaureerd. Nadat krakers in de zeventiger jaren bezit van het huis hadden genomen, is er in 1974 brand uitgebroken, waarbij het gebouw bijna geheel gesloopt moest worden en de gevelsteen spoorloos is verdwenen. Hij dook pas op in 1977 bij een veiling in Utrecht en werd toen door Douwe Egberts gekocht voor hun museum in Utrecht. Toen Douwe Egberts achter de herkomst van de steen kwam heeft men op kosten van de firma een replica laten maken. Deze kreeg een plekje in de gevel van het inmiddels door Amsterdams Stadsherstel opnieuw opgebouwde huis. Toen in 1980 het Douwe Egberts museum in Utrecht werd opgeheven kreeg de poriginele steen een plekje in het museum van Joure, de bakermat van Douwe Egberts.

Met dit verhaal wordt door het museum in de komende kerstvakantie de gevelsteen extra in de spotlights gezet. Naast het verhaal van de steen zal ook aandacht besteed worden aan de  geschiedenis van de koffie in Suriname. Vanzelfsprekend wordt hierbij ook gekeken naar de mensen (slaven en contractarbeiders) die nodig waren om die koffieproductie in stand te houden. Op deze manier hopen het museum en ik de geschiedenis onder de aandacht te brengen en interesse te wekken voor het Suriname van nu. Daarbij kunnen ook opgeknapte plantages opnieuw een rol spelen, maar nu als toeristische trekpleister ten behoeve van Suriname zelf.

Jacob van der Burg.