CHINESE CONTRACTARBEIDERS IN SURINAME.

Wanneer iemand in Suriname van gemengd bloed is en een gedeelte daarvan bestaat uit Chinees bloed, dan is de kans groot dat die vermenging al generaties geleden heeft plaats gevonden. De groep Chinese contractarbeiders die tussen 1853 en 1873 werd aangevoerd bevatte weinig vrouwen. Dit had te maken met bepaalde  voorschriften binnen dorpsgemeenschappen. Die eerste arbeiders kwamen trouwens uit Nederlands-Indië. Later kwamen ze vooral uit China. Dat de eerste contractanten al voor de afschaffing van de slavernij naar Suriname kwamen, was op verzoek van de planters zelf. Men vreesde een tekort aan arbeidskracht op het moment dat de afschaffing een feit zou zijn.  Merkwaardig genoeg weigerden diezelfde planters, toen de Chinezen er eenmaal waren, ze tegen het afgesproken loon in dienst te nemen.

Anton de Kom schreef hierover: “Zij kwamen op april aan, doch nu bleek dat niemand koelies wilde inhuren, zo lang men slaven voor niets kon laten zwoegen. Hierop werd het eenmaal gesloten contract buiten de Chinezen om, door de gouverneur eigenmachtig ten voordele van de huurders gewijzigd. De Chinezen werden volkomen als slaven behandeld”.

Op Jagtlust had men weinig te maken met dergelijke perikelen. Slechts een groep van acht man kwam voor contractarbeid naar de plantage. Zij kwamen ook niet uit China, maar uit Suriname’s buurland Demerara, een onderdeel van het latere Brits Guyana. Erg gelukkig liep het avontuur voor de acht mannen niet af. Vijf van hen overleden als gevolg van ziekte nog voor het einde van hun contract. Een zesde kwam in de gevangenis terecht en een zevende deserteerde.

Van de totale groep Chinezen, die naar Suriname gekomen was, ging een derde na afloop van hun contract terug naar het thuisland.  Zij die wel bleven, trouwden vaak met vrouwen van Creoolse afkomst. De families gingen dan op in een algemene smeltkroes.

Begin 19e eeuw waren er in Suriname nog maar zo’n duizend  “echte” Chinezen. Veelal hadden ze weinig meer met plantages van doen, maar bewerkten een eigen landje of gingen in de handel.

Dat tegenwoordig zo’n twee procent van de bevolking in Suriname uit Chinezen bestaat, heeft met latere grote migratiestromen uit China en voormalig Nederlands-Indië te maken. Deze kwamen op gang toen de omstandigheden in die gebieden verslechterden. Zo werden in Nederlands-Indië de Chinezen, na het gedwongen vertrek van veel Nederlanders daar, steeds meer tweederangsburgers. Ze kwamen trouwens niet alleen in groten getale naar Suriname, maar velen vestigden zich ook in Nederland.

Dat het aantal Chinezen in Suriname soms groter lijkt dan de eerder genoemde cijfers ligt aan het feit dat Chinezen vaak op plekken werken die midden in de openbaarheid staan: handel, winkels, restaurants, etc.

Jacob van der Burg.