DE SEINPAAL VAN PLANTAGE JAGTLUST.

Toen in 1863 de slavernij officieel werd afgeschaft, ontstond daarbij tevens de verplichting voor de vrijgemaakten om een achternaam te kiezen. Het voeren van een achternaam was slaven altijd verboden geweest. Bij negen personen op Jagtlust werd voor de  naam Seinpaal gekozen, hierbij verwijzend naar de seinpost die van oudsher op het terrein van de plantage stond. Hiermee werd de verbinding met Paramaribo onderhouden. Later werd deze communicatielijn uitgebreid met posten op fort Nieuw Amsterdam en op Braamspunt. Op deze wijze konden naderende schepen steeds eerder opgemerkt worden. Toen modernere communicatiemiddelen hun intrede deden, zijn de seinposten afgeschaft.
Die keuze voor de naam Seinpaal was niet vreemd, want vaak werd iets gekozen dat aan de plantage herinnerde. Daarnaast waren er ook wel namen die verwezen naar beroepen of karaktereigenschappen. Ook plaatsnamen werden wel als achternaam gekozen. Soms werden ook fantasienamen gekozen, samengesteld uit bestaande woorden. Met veel van die namen zijn we nu vertrouwd omdat ook in Nederland veel afstammelingen van vrijgemaakten wonen.
De ex-slaven met de achternaam Seinpaal waren Adelaïde Jacoba (52) met haar drie kinderen Candatie (30), Wilhelmijntje (22) en Castor (19). Verder de kinderen van Candatie: Josephina (14), Cornelis (11) en Helena (14). Tenslotte nog de kinderen van Wilhelmijntje: Eva Elfride (4) en Rosalina Elisabeth (1). Dit waren op dat moment de enigen met de naam Seinpaal. Bij wet was het verboden dat personen, die geen familie waren een zelfde achternaam kozen. Bij de volkstelling van 1921 in Suriname waren er 12 personen met de naam Seinpaal.
In Nederland waren er in 2007 vijftig personen met de achternaam Seinpaal.

Jacob van der Burg.