ANTON DE KOM (1898-1945), SCHRIJVER VAN “WIJ SLAVEN VAN SURINAME”

.

(

Anton de Kom stierf in april 1945 in het Duitse kamp Sandbostel nadat hij in augustus 1944 door de Duitsers in Den Haag  was opgepakt wegens steun aan het Nederlands ondergronds verzet.

De Kom groeide op in een armoedige buitenwijk van Paramaribo, voornamelijk bevolkt door Creolen. Het geschiedenisonderwijs op school ging hoofdzakelijk over Nederland. Over zijn eigen land leerde hij weinig.

Op zijn twintigste jaar vertrok hij alleen naar Nederland, waar hij in Den Haag ging wonen. Hier had hij verschillende baantjes. Bij één daarvan leerde hij zijn toekomstige vrouw, de Nederlandse Nel Borsboom, kennen. Ze trouwden in 1926 en kregen vier kinderen. Naast zijn werk bracht Anton veel tijd door in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, op zoek naar de geschiedenis van “zijn” Suriname. Veel steun vond hij in de boeken van Wolbers en Teenstra. In hen herkende hij compassie met het lot van de slaven en afkeer van het slavernij systeem. Dit is zeer belangrijk geweest. Hij kon, later in  zijn eigen geschriften goed een onderscheid maken tussen het verderfelijke koloniale systeem en de “goede” Nederlanders die zich verzetten daartegen.

Eind 1932 vertrok het hele gezin De Kom, vrij plotseling, naar Suriname. Aanleiding was de slechte gezondheidstoestand van Antons moeder. Bij hun aankomst, 4 januari, bleek ze inmiddels overleden. Anton besloot met zijn gezin in Suriname te blijven. Begaan met het lot van de arbeiders, veelal Javaanse contractarbeiders, begon hij in een klein kantoortje in Paramaribo een adviesbureau, waar mensen hun klachten kwijt konden. Binnen korte tijd kreeg hij een grote klantenkring en werd een inspiratiebron voor georganiseerd protest tegen het Gouvernement. Er volgden demonstraties en De Kom werd op 31 januari 1933 gearresteerd. De beschuldiging luidde dat hij bezig was met een poging tot omverwerping van het gezag. Een gevangenisverblijf van drie maanden in Fort Zeelandia volgde. Hierna werd het gezin uitgewezen naar Nederland.

Terug in Nederland legde hij de laatste hand aan het manuscript van “Wij slaven van Suriname”, waar hij al in 1928 mee was begonnen. Het boek verscheen, in een door de overheid gecensureerde versie, in 1934. In het boek werd de geschiedenis van Suriname beschreven vanuit een Surinaamse visie. Dit gold niet alleen de slavernijperiode, zoals die door de eerder genoemde Nederlandse schrijvers was beschreven. Ook de lotgevallen van de verschillende groepen contractarbeiders kwamen uitgebreid aan bod. Op deze manier wist hij ook de gemeenschappelijke factoren van de verschillende bevolkingsgroepen in Suriname te benoemen. In Nederland betoonde De Kom zich begaan met het lot van de arbeiders. Dit bracht hem in het linkse, lees communistische, kamp. Vanuit die achtergrond was het voor hem dan ook niet meer dan logisch dat hij vanuit die hoek de strijd tegen de Duitse bezetters aanging, met de voor hem noodlottige afloop.

(Bron o.a.: www.antondekom.humanities.uva.nl).

Over zijn boek is in 1999 een documentaire gemaakt, die met enige moeite nog op internet te vinden is.

Jacob van der Burg.