JAGTLUST EN DE GESCHIEDENIS VAN DE SURINAAMSE KOFFIE

De in 1916 verschenen Encyclopaedie van Nederlands West-Indië, is een belangrijke bron voor tal van onderwerpen betreffende het “oude” Suriname. Over de geschiedenis van de koffie wordt o.a. het volgende vermeld (oude spelling).

“De eerste in Suriname gewonnen koffie werd op 2 september 1718 aan de directeuren van de Sociëteit van Suriname gezonden. In 1751 volgde een zending van 50 pond aan een in Nederland wonende plantagebezitster. In 1723 bedroeg de uitvoer al 5920 pond. Er waren in 1761 al 280 koffieplantages in Suriname. De uitvoer steeg, tot in 1790 het maximum van bijna 15 miljoen pond werd bereikt. Daarna volgde een daling, die zo ver ging, dat op het ogenblik (1915) de ‘Surinaamsche’ koffie, d.i. de Arabica, die tot 1880 aangeplant werd, van de wereldmarkt verdwenen is. Nu en dan worden kleine partijtjes uitgevoerd; het grootste gedeelte van de productie wordt in het land zelf gebruikt; slechts enkele plantages hebben nog een aanplant van eenige akkers, meestal vindt men de bomen verspreid in de velden. Doordat de de Surinaamse koffie hare bessen in een kort tijdsbestek rijpen laat en de bes, zodra ze rijp is afvalt, zijn er voor de oogst veel arbeiders op één oogenblik noodig. Bij de tegenwoordige arbeiders-verhoudingen is de cultuur van Surinaamsche koffie in het groot reeds daardoor zeer moeilijk.

De Surinaamsche koffie is waarschijnlijk een variëteit van de C. Arabica; ze was op de markt bekend wegens haar ‘blauwe’ boon.

In 1881 werd de eerste Liberia-koffie uitgeplant; de plantjes waren door het oorlogsschip Marnix van Afrika aangebracht. Op het ogenblik (1915) zijn nog boomen aanwezig in 1881 geplant, die voortdurend vrucht dragen. Bij deze soort blijft de bes na rijping aan den boom hangen, een groot voordeel met ‘t oog op de Surinaamse arbeiderstoestanden. In de korte periode van haar bestaan heeft deze cultuur reeds een crisis doorgemaakt door de lage koffieprijzen omstreeks 1898; dit had tot gevolg, dat op de meeste plantages de cultuur als verliesgevend verwaarloosd werd. Eerst na 1906 is men weer begonnen meerdere zorg er aan te besteden; de productie is echter tengevolge van die verwaarlozing nog lang niet zo hoog, als zij kon zijn naar de oppervlakte die beplant is. In de jaren, dat de cacao zwaar door de krullotenziekte geteisterd werd, heeft men vaak koffie geplant in de open plekken der cacaovelden, waardoor zeer onregelmatige aanplantingen zijn ontstaan.”

Tot zover de Encyclopaedie van Nederlandsch  West-Indië.

In de omschakeling van cacao naar koffie heeft Jagtlust, door de inspanningen van directeur Reinders Folmer, een belangrijke rol gespeeld.

Het dagblad De Surinamer van 3 mei 1925 zegt hier onder andere het volgende van.

“Jagtlust zat even als alle andere plantages na het uitbreken van de krullotenziekte in de misère. Daarbij kwamen nog de lage marktprijzen van de Liberiakoffie destijds. Er werden geen nieuwe immigranten aangeworven. Een deel van de arbeiders ging zelfs met den opzichter Waller over naar den aanleg van de Koloniale Spoorwegen. Ik meen, dat toen opzichter Van Drenth met een handvol volk overbleef. Het was op één dezer misèredagen dat de Directeur de heer Folmer op het denkbeeld kwam de hiaten, ontstaan door het doodgaan van de cacaobomen, met koffie te beplanten. Reeds den volgenden dag werd het denkbeeld ten uitvoer gebracht, en ging Van Drenth met allhands koffie planten. De plantsoenen werden uit de kapoewerie gehaald. Dat was in het jaar 1904. Reeds in 1909 begon de koffieproductie te stijgen. Maar ook de prijs steeg van 38ct. tot, als ik mij niet vergis, 63ct. per KG.

De cacaoproductie bleef al die jaren schommelen. De daarop volgende jaren kwam er meer en meer koffie. Maar de boomen begonnen elkaar te hinderen. De cacao en koffiebomen omhelsden elkaar te broederlijk, met het gevolg dat beiden er last van ondervonden, vooral de koffie. Er ontstonden slierten, boomen zonder takken, de z.g. parapluieboomen. Toen was het ogenblik gekomen om te beslissen. De heer Folmer liet toen de koffiemama opdunnen, en waar cacao voor de koffie hinderlijk was, werden de takken ingekort. De koffiebomen kregen meer lucht, licht en ruimte, namen in omvang toe, en hoe breeder die boomen uitzetten, hoe meer de cacao in den weg stond en zoodat er meer mee moesten sneven. Deze werkwijze is successielijk ieder jaar toegepast en de koffieaanplant breidde zich ieder jaar meer en meer uit ten koste van de cacao, totdat Jagtlust in 1923 een productie kreeg van:

Koffie    2360 balen à 100 K.G.        Cacao. 306 balen à 100 K.G.”

Tot zo ver de Surinamer.

Toch liep de plantage-economie terug. Dit was in feite al in de 18e en 19e in gang gezet. Hiervoor waren twee oorzaken aan te wijzen.

-Steeds meer plantages kwamen in handen van eigenaren die niet zelf in Suriname woonden, maar in Nederland zelf. Vaak waren die eigenaren trouwens banken of beleggingsfondsen, omdat eigenaren tijdens de bloeitijd te grote hypotheken hadden afgesloten. Het werk op de plantages werd overgelaten aan directeuren in loondienst.

-Er kwam meer concurrentie vanuit andere koloniën, waardoor er vanuit Nederland minder vraag was naar Surinaamse producten. Bij suiker kwam er zelfs bij dat de rietsuiker uit Suriname duurder was dan de bietsuiker uit Nederlands-Oostindië.

In de twintigste eeuw kwam er, over het geheel gezien, een einde aan de plantagebouw in Suriname. In feite was dit al in gang gezet met de afschaffing van de slavernij. Het aantal plantages verminderde in vijftig jaar van 216 in 1863 tot 9 in 1913. In de crisistijd van de jaren ‘30 (toen het economisch slecht ging in de wereld) en tijdens de tweede wereldoorlog was er geen scheepsruimte om plantageproducten te exporteren. Hierdoor verdwenen in korte tijd nog meer plantages. Tegelijkertijd nam de kleinlandbouw toe doordat de voormalige Hindostaanse en Javaanse contractarbeiders zich vaak daarmee bezig gingen houden. In tegenstelling tot de plantages produceerden zij hoofdzakelijk voor binnenlands gebruik. Het aandeel van de landbouwproducten in de export daalde van 80% in 1863 tot 6% in 1939.

(Bron: surinamwebquest.nl).

Jacob van der Burg.

.