EEN PERSOONLIJK VERHAAL.

 

Als jongen van tien kwam ik in vijftiger jaren geregeld over de vloer bij tante Ella en oom Folmer. Echt familie waren ze niet. We hadden ze leren kennen door een paar broers, die vlak na de oorlog bij ons huis kwamen om in Nederland de middelbare school te bezoeken. Hun ouders, naar Suriname verhuisde Nederlanders, waren kennissen van mijn ouders.
Oom Folmer heette in werkelijkheid Reinders Folmer. Hij was rond 1895 naar Suriname vertrokken om op plantage Jagtlust aan het werk te gaan. Eerst in een ondergeschikte

functie, maar daarna al vlot als beheerder. Pas na de tweede wereldoorlog waren hij en zijn vrouw definitief naar Nederland teruggekeerd. Geboeid luisterde ik bij hen thuis naar ontelbare verhalen over die verre onbekende wereld, dikwijls daarbij onthaald door tante Ella met allerlei zoete Surinaamse lekkernijen.
Op een keer nam oom Folmer me mee naar boven en liet enkele voor mij heel bijzondere zaken zien. Een zweep, een pistool en een degenstok, attributen waarvan hij vertelde dat je die wel nodig had om op de plantage de orde te bewaken!
De tijd verstreek en onze contacten werden zeldzamer en stopten tenslotte.
Pas enkele jaren geleden kwam Plantage Jagtlust weer in beeld. Dat was toen in het tv-programma Andere Tijden een ex- bewoner van Plantage Peperpot, Joost Jansen, vertelde over die aardige tante Ella en Oom  Folmer, waar hij in de oorlogstijd als jongen vaak over de vloer kwam. Ik maakte contact met hem en kwam via hem weer in contact met mensen in Suriname. Ik ging me verdiepen in de geschiedenis van de kolonie Suriname en geleidelijk groeide het verlangen dat land ook eens echt te gaan bezoeken. Dit bezoek werd gerealiseerd in voorjaar 2017. Vanaf dat moment raakten we in de ban van het land en de mensen die we er troffen. We bezochten onder andere het terrein van de oude voormalige plantage. En al die indrukken samen waren de impuls om te proberen zoveel mogelijk over het verleden naar boven te brengen, waarvan hier het resultaat.

Jacob van der Burg