VESTIGINGSPLAATS LELYDORP, DEEL TWEE.

Bijgaande advertentie verscheen in oktober 1907 in het Koloniaal nieuws- en advertentieblad van Suriname. Hieruit blijkt dat al vlot na de opening van het spoor de ontwikkeling van Lelydorp op gang begon te komen. Kleine landbouwers uit Lelydorp konden hierdoor gemakkelijker hun producten in Paramaribo op de markt brengen. En mensen vanuit de stad konden gemakkelijk naar Lelydorp reizen. Onder hen waren mensen die in Paramaribo de kost verdienden als ambachtsman of winkelier, maar daarvan moeilijk rond konden komen. Dit probeerden ze op te vangen door op een klein stukje grond bij Lelydorp landbouwprodukten te gaan kweken.

Ook kwam er wat “toerisme” op gang; vanuit Paramaribo werden maanlichtexcursies per trein georganiseerd. Maar bij de optimistische constatering in het eerder aangehaalde krantenartikel uit 1932 dat Lelydorp nummer één was onder de vestigingsplaatsen, zijn best wat kanttekeningen te plaatsen, want de weg daarheen kende de nodige tegenslagen. Lang niet altijd bleken de mensen die vanuit Paramaribo naar Lelystad kwamen het daar te redden, omdat ze de bekwaamheid misten om de grond goed te bewerken. Ook gebeurde dit niet altijd te goeder trouw. Had men een stukje grond, maar vielen de verdiensten tegen dan kwam men in aanmerking voor steun door de overheid. In de kranten in die tijd, werd geregeld geklaagd over deze vorm van oneigenlijk gebruik van de grondjes.

Ook viel de vruchtbaarheid van de grond rond Lelydorp tegen. De schrale “witte” grond bleek lang niet altijd geschikt voor alle landbouwproducten. Eindeloos werd geëxperimenteerd met verschillende gewassen. Daarnaast probeerde de overheid door middel van cursussen en voorbeeldpercelen, de kleine landbouwers deskundiger te maken.

Toch was men bij  een bezoek van enkele Statenleden in 1926 redelijk optimistisch over de kleine landbouw. Op schrale grond leken, met enige bemesting, cassave en pinda het goed te doen. Daarnaast waren er percelen met koffie, koren, tabak en bananen. Een goede toekomst werd verwacht van de citrusaanplantingen. Op de lager gelegen delen werd met succes rijst geplant. Daarnaast was er ook optimisme op ander gebied. De weg langs de spoorbaan zag er schitterend uit. Verschillende wegen maakten een goede indruk, apotheek en polikliniek zouden worden vernieuwd. En de school met wel 200 leerlingen draaide goed.

De makkelijke  bereikbaarheid vanuit Paramaribo, was niet louter positief.  Ook foute elementen werden aangetrokken. Er was een duidelijke toename van inbraken en andere criminaliteit. In 1928, het dorp was toen uitgegroeid tot 2500 inwoners, verscheen dan ook  de krachtige roep om een tweede politieman in Lelydorp.

Ondertussen waren een aantal voorzieningen tot stand gekomen. Er was een markt en in 1928 werd Lelydorp verrijkt met een bioscoop en een eigen brandspuit. Ook was er een leer-en naaischool, opgericht vanuit de kerk.

Rond 1933 telde Lelydorp al 2700 inwoners. Een nieuwe polikliniek en een politiekantoor werden aanbesteed en vanuit het dorp kwam de wens om een eigen vroedvrouw. Er heerste optimisme over de landbouw. Nieuwe soorten rijst werden uitgeprobeerd en de teelt van koffie, pinda en tabak leverde aardige inkomsten. Daarnaast was de visserij een voorname bron van inkomsten.

In 1934 kreeg Lelydorp een eigen sportveld, dat feestelijk werd ingewijd met een cricket- en een voetbalwedstrijd.

Toch bleef er veel te wensen. Zowel de watervoorziening als de afwatering leverden problemen op. Vaak waren de akkers te drassig en de wegen slecht begaanbaar.

Op zoek naar drinkwater werden op veel plekken proefboringen gedaan, met grote verwachtingen. Gesproken werd over bronnen die de gehele omgeving, inclusief Paramaribo zouden kunnen voeden.

Tot de tweede wereldoorlog veranderde er weinig. Daarna merkte ook Lelydorp de gevolgen van die oorlog, door de afname van in- en exportmogelijkheden.

Maar de werkgelegenheid nam ook weer  toe door de komst van Amerikaanse troepen op vliegveld Zanderij, wat gepaard ging met veel nieuw te bouwen onderkomens en installaties.

Jacob van der Burg.