SUSANNA DU PLESSIS

Bij discussies over de gruwelijkheden van de slavernij wordt vaak het verhaal van slavenmeesteres Susanna du Plessis aangehaald. Tijdens een boottochtje op de Surinamerivier verdronk ze de baby van een slavin omdat ze zich ergerde aan het gehuil. En toen haar echtgenoot wat al te begerige blikken wierp op de borsten van één van haar slavinnen, Alida, sneed ze de borsten af en diende ze op aan haar man bij het diner. Of het zich echt allemaal zo heeft afgespeeld is twijfelachtig. Mogelijk zijn verschillende gebeurtenissen opgehangen aan één persoon, waarvan het eerst niet duidelijk was wie bedoeld werd. Bovendien is het verhaal in de de loop van de tijd ook zo gegroeid omdat het enkele malen basis is geweest voor toneelstukken, waarvan de schrijvers zelf al hadden aangegeven dat ze er veel fictie aan toegevoegd hadden. Zo zijn er ook verhalen dat Alida juist tot één van de favoriete slavinnen van haar meesteres behoorde en door haar vrijgekocht werd en tot erfgenaam benoemd.

Van Alida bestaat een standbeeld te Wageningen. Maar los van het waarheidsgehalte van het verhaal staat ze daar niet alleen als een symbool van de wreedheden uit de slaventijd, maar ook om de kracht uit te stralen waarmee ze dat alles kon weerstaan. En niemand zal op grond van de twijfel aan het hele verhaal concluderen dat het met de slavernij wel meeviel.

Of wel soms?

Er zijn in Nederland nog steeds historici die menen dat het met de wreedheden tegen slaven wel meeviel en dat enkele wreedheden begaan in de bostochten tegen de Marrons in de 18e eeuw, niet maatgevend waren voor het leven op de plantages rond 1800. Zij halen hun gelijk door te wijzen op de onnauwkeurigheden in de verhalen over de wreedheid van Susanna du Plessis.

Sandew Hira, onderzoeker en publicist, beschrijft de gehanteerde methodiek van de  groep die zegt dat het allemaal zo erg niet was, ongeveer als het volgt.

Richt je op één van de argumenten van de tegenstanders, bewijs dat dit onjuist is. Gebruik dit als argument om de hele stellingname van de tegenstander te ondergraven.

Voorbeelden daarvan zijn:

De bewering dat Nederland goed verdiend heeft aan slavernij klopt niet.

Tijdens de overtocht lag het percentage sterfgevallen van bemanningsleden en  slaven even hoog.

Nederlandse planters waren niet wreder dan anderen in het Caraïbisch gebied.

In Afrika werden de slaven door gekleurde handelaren aangevoerd.

Er waren ook, vrijgekochte, slaven die een goed bestaan hadden opgebouwd in Paramaribo.

Er waren ook gekleurde slavenhouders, even wreed als de blanken.

Al deze kreten gaan voorbij aan het laakbare systeem van slavernij dat men eigendom was van een ander en dat deze eigenaar naar willekeur kon beschikken over zijn slaven. Voor Suriname gold dat op de plantages de eigenaar kon straffen naar willekeur. Zeker als de plantage verder weg lag van Paramaribo. De enige beperking was dat de slaaf kapitaal vertegenwoordigde en dus in leven moest blijven.

Jacob van der Burg.